"Hun taal knarst als een spijkerschrift"
Basken koesteren "perretxikos", tapasbars en tjiftjafs
De Nederlandse motregen is grof vergeleken bij de fijne miezer die de Basken "txirimiri" noemen. Dit Spaanse volk heeft niet alleen een eigen taal en een eigen parlement, het heeft zelfs een eigen soort regen. Maar de minuscule druppels kunnen zomaar veranderen in een stortbui die heel Hollands aandoet. Daarom is Baskenland zo groen.
Natuurlijk bestaat er ook grijs en zwart en bruin in Baskenland. Baskenland heeft levendige steden met veel monumenten en Baskenland heeft industrie - maar bij de stenen en ijzeren bouwwerken is altijd wel een groene berg in de buurt, of een bospad op loopafstand. Verborgen tussen bergruggen liggen ongerepte natuurgebieden, bewoond door dieren, hier en daar door mensen.
Over deze streek -in het noorden van Spanje, tegen de Golf van Biskaje en de Pyreneeën aan- zijn mooie woorden geschreven. Baskenland is "een huiselijk landschap met meer land dan lucht, het is net een nest", schrijft de denker Miguel de Unamuno (1864-1936). "Euskadi, ofwel Baskenland, heeft iets van een droom", zegt Geert Mak in "In Europa". "Je valt in een diepe kloof, en op de bodem blijkt opeens een weelderige tuin te liggen, een andere wereld met andere mensen en een andere taal. Na de dorre Spaanse steppe is hier opeens een groen, klein Zwitserland, bewoond door een vreemd, oud volk. Hun taal knarst als een spijkerschrift."
Vanaf de eerste stappen op Baskische bodem loop je ertegenaan, tegen de "stenen" letters als de x, k en z. Op elke menukaart staan "perretxikos", paddenstoelen, en in de weiden grazen "laxtas" en "pottokas", autochtone schapen en paardjes. De naam van het kerkje boven op het eiland in de oceaan, vlak bij Bermeo, tegen de Cantabrische Zee, is onuitsprekelijk. De gids noemt hem, maar hij mag hem zelf opschrijven. San Juan de Gaztelugatxe, noteert hij in kriebelletters.
Pelgrimsweg
Dat eiland met de middeleeuwse kerk is het eerste wat de gids laat zien. De autorit van het vliegveld in Bilbao naar hier bevestigt het haast Zwitserse imago van Baskenland. Maar als het eiland opduikt – en de oceaan eromheen – is het zeker dat Euskadi meer is dan groen. Het is net zo goed blauw. Helder, stralend, lichtend, adembenemend mooi blauw is de zee deze dag. Langs 800 kilometer rotskust strekt hij zich uit. Ontelbare wandelaars die er door de eeuwen heen langsliepen moeten hem in alle denkbare schakeringen en stemmingen hebben gezien: de pelgrimsweg naar Santiago voert langs deze kust. Vrome lieden uit alle windstreken lieten hier een uitgesleten pad achter, en de plaatsen langs de route bewaren sporen van hun culturele bagage.
In niets lijkt Baskenland op het midden van Spanje, de streek van Don Quichot. Dáár bevinden zich roodbruine, uitgestrekte vlakten, met wijnranken die 's zomers naar water snakken en dorpjes die midden op de dag uitgestorven lijken. Hier, een stuk noordelijker, heerst een zeeklimaat. De winters zijn zacht, de zomers mild. De mensen zijn 's morgens en 's middags aan het werk: op kantoor, in de industrie, in de dienstverlening. En ze bouwen huizen. Veel huizen. Te veel, zegt gids Hans Harms, terwijl hij door zijn land toert en de mooiste steden, interessantste plaatsen en beste restaurants opzoekt. "Wie moet er toch allemaal in wonen?" vraagt hij zich af, vertwijfeld kijkend naar de geraamten van de appartementen in wording.
Wat de mooiste stad in Baskenland is, is voor hem geen vraag. Dat is San Sebastián, de hoofdstad van de noordoostelijke provincie Guipúzcoa. In totaal bestaat de autonome regio Baskenland uit drie provincies. De andere twee zijn A'lava – met als hoofdstad Vitoria – en Vizcaya, met Bilbao als hoofdstad.
Dat de vijftiger Harms zelf in San Sebastián woont, maakt zijn stellige bewering over de mooiste stad van het land mikpunt van plagerij. Maar eenmaal wandelend langs de rand van de baai, waar huizen als een omarming omheen zijn gebouwd, rest zijn reisgenoten niets dan erkenning. San Sebastián is prachtig, met zijn uitzicht op de Golf van Biskaje. Met zijn strand en lange kade, waar – txirimiri of geen txirimiri – inwoners en bezoekers keuvelend overheen wandelen. Altijd staan er vissers te vissen. En dan is er nog de binnenstad, met zijn talloze tapasbars en gonzende gemoedelijkheid.
Onderonsjes
Van de restaurants is moeilijker te zeggen welk het beste is. In feite heeft Baskenland alleen maar goede eetgelegenheden. De keuken van het land is beroemd; de meeste sterrenrestaurants van Spanje zijn hier te vinden. Wat in Nederland een snackbar is, is hier een bar met broodjes haring, garnaal of schaaltjes olijven en rode peper. Alles zeer vers. "Achter een fornuis worden Basken tovenaars", aldus Geert Mak, en ook dat is waar.
Net zo min als in drie dagen te zeggen is welk restaurant met kop en schouders boven de rest uitsteekt, is vast te stellen welk natuurgebied of reservaat – ze zijn er door het hele land – het indrukwekkendst is. Bovendien, wie is de passant die dat bepaalt? De bewoners hebben meer recht van spreken. Geef je de watervogels het woord, dan zeggen ze: Salburua en Urdaibai. Als je de vale gieren laat kiezen, dan noemen ze Valderejo.
Salburua is een waterrijk natuurgebied in A'lava. Het ligt zo dicht bij Vitoria dat de bewoners van de buitenwijken de directe buren zijn van de eenden, reigers en ooievaars in het park. Het gebied is van groot belang voor watervogels op doorreis. Via camera's in het informatiecentrum zijn onderonsjes van de meerkoeten te volgen. In de houten uitkijkposten halen verrekijkers roerloze reigers dichtbij. Levensgroot verschijnt het privédomein van een ooievaar in beeld. Aandachtig tuurt de grote, wit met zwarte vogel in zijn nest. Onafgebroken kijkt hij omlaag, zijn aandacht gevangen door wat daar beweegt. En dan zien we het. Door de verrekijker. Kale kopjes van jonge vogels. Ze zijn uit het ei!
Ook Urdaibai, door Unesco uitgeroepen tot bioreservaat, is belangrijk voor trekvogels. Het ligt helemaal in het noorden, bij de baai van Biskaje en niet ver van het eiland met de onuitsprekelijke Gaztelugatxekerk. Het hele jaar door leven hier zeldzame en minder zeldzame vogels: oeverlopers, tjiftjafs, zeearenden, reigers. Vooral in september, als de trek in volle gang is, is het druk.
Zuidelijker, in een westelijk puntje van A'lava, bevindt zich natuurgebied Valderejo. Terwijl in Urdaibai zand en water, eb en vloed elkaar afwisselen, klateren er in Valderejo watervallen en rijzen de rotswanden hoog op. Een wandelroute voert hier over ruwe paden en smalle bruggetjes.
Stippen
Vertrekpunt voor een tocht is het informatiecentrum in Lalastra. Hier is van dichtbij te zien hoe de klauwen en snavel van de aasgier eruitzien. Buiten is de vogel slechts zichtbaar als een vliegende stip. De ruïnes in dit reservaat – van het verlaten dorp Ribera, met muren van een verdwenen school en een kerk met middeleeuwse muurschilderingen – moeten vanuit vogeloogpunt niet meer dan een hoopje stenen zijn.
Nu en dan zien de gieren de beheerder door het reservaat rijden. Met zijn terreinwagen hobbelt hij over paden die helemaal niet geschikt zijn voor auto's; takken zwiepen tegen de voorruit. Ze zien toeristen met rugzakken over de bergen klimmen en weer uit het zicht verdwijnen. De gieren blijven. Ze hebben het hart niet om te vertrekken. Ze wonen hier al eeuwen; het park is naar hen genoemd. Hun schrille schreeuw knarst als een spijkerschrift.
Meer informatie: Spaans Verkeersbureau, 070-3465900.
Strijd tegen zwaartekracht tussen grenzen van graniet
Natuur en cultuur liggen letterlijk dicht bij elkaar in Baskenland. Ook in figuurlijke zin zijn ze vaak met elkaar verweven. Voor het werk van Eduardo Chillida geldt dat zeker. Deze Baskische beeldend kunstenaar zag de natuur als het hart van – en een voorwaarde voor – kunst.
Zonder het uitgestrekte grasveld zouden de enorme ijzeren sculpturen niet zijn wat ze nu zijn. Bewust koos Chillida, geboren op 10 ,januari 1924 in San Sebastián, overleden in 2002, voor een groot stuk grond om zijn geesteskinderen tentoon te stellen. Ruimte hadden ze nodig, en dat is wat hij vond bij de 16e-eeuwse boerderij van Zabalaga, 10 kilometer van San Sebastián vandaan.
Voor Chillida was de plaats waar zijn sculpturen terechtkwamen erg belangrijk. Deugde de locatie niet in zijn ogen, dan leverde hij niets. De oude boerenwoning die hij koos om zijn kleinere werken in tentoon te stellen, met 12 hectare grond waarop de grotere staan, werd zelf een kunstwerk. Kamers of een keuken zijn er niet meer. Plafonds liet hij uitbreken. "Hij luisterde naar het huis om te weten hoe het worden moest", zegt een medewerkster van het museum. In een waterval aan woorden vertelt ze over de kunstenaar.
Chillida's kunstwerken zijn over de hele wereld te vinden. Bij de zee in San Sebastián staat er een, en in een berg in Japan, verder in Washington, Parijs, Münster, Madrid, Mallorca en Berlijn. En in het Baskische stadje Guernica, waar ook een kopie van de droevige afbeelding van Pablo Picasso hangt, een werk over chaos en dood. Picasso maakte dit na het eerste terreurbombardement in de geschiedenis: op 26 april 1937 gooiden Duitse vliegtuigen bommen op Guernica, in opdracht van de Spaanse dictator Franco. Er vielen meer dan 3000 doden. Daarmee trof Franco de Basken in het hart, want Guernica staat symbool voor de vrijheidsliefde van de Basken.
Het werk van Chillida heeft altijd te maken met ruimte. De materialen waarvan hij die creëerde, zijn nooit hol. Staande tussen de reusachtige ijzeren of granieten bouwwerken zie je altijd licht. "Ze laten je naar boven kijken", zegt de rondleidster.
De serie "Harri" strijdt tegen de zwaartekracht. Een kunstwerk uit deze reeks bestaat uit roze blokken graniet uit één stuk, waar Chillida inkepingen in maakte. Nu lijkt het alsof er twee blokken staan, waarvan het ene boven het andere zweeft. Het materiaal zelf leeft: bij zonnig weer glinstert het, bij regen ziet het er donkerder uit.
De Baskische kunstenaar ging de wijde wereld in, maar kwam terug op zijn geboortegrond. Van zijn favoriete materiaal – "geen klei, dat heeft geen karakter, maar ijzer, hij moest ermee kunnen worstelen" – maakte hij een kunstwerk over zichzelf. Het lijkt een boom, met een stam die in meerdere delen uiteengaat en de takken uitstrekt naar de hemel. "Eduardo Chillida was geworteld in Baskische grond, maar hield de armen wijd open voor de rest van de wereld."
Meer informatie: 0034-943336006 en Chillida Leku.
Clasina van den Heuvel in het Reformisch Dagblad 2007-08-16
![[home]](/images/hans-harms.jpg)